In Your Living Room

Reviews // Info // Contact // Exhibitions // Home

Back

 

Review
In Your Living Room #2 Paperweight
Teun Verheij, Hanae Wilke & Paul de Jong
written by Silben de Jonge

De hele kamer kon worden leeggehaald. Om die als een white cube te laten werken. Maar al snel werd ter discussie gesteld, in hoeverre de woonkamer van huiselijke aspecten ontdaan moest worden. Waarom, bijvoorbeeld de bank niet te laten staan? Die fungeert in de huiskamer als open armen, een verwelkoming, een plek om te rusten, en mits de tv niet aan staat, een gelegenheid voor een ontspannen dialoog. Allemaal elementen die wij in onze exposities wilden opzoeken. Maar, als de bank er staat is dat niet al een statement? Is de bank dan een werk? Het werd er niet duidelijker op toen ook de boekenkasten en de bijzettafel maar bleven.
Wat, ook van deze tweede editie van 'In Your Livingroom' een expositie maakte, was allereerst het toegankelijk maken van de plek, als potentieel onderwerp van gesprek. De heldere afscheiding, verheven plaats van een kunstwerk in een museum, nodigt weinig uit tot interactie tussen bezoekers onderling. Je merkt elke keer dat er een paar bezoekers ge├»rriteerd of teleurgesteld zijn, “waar is de kunst!?”.

Boven de bank hangt een schilderij, zoals je die in elke woonkamer aan zou kunnen treffen. Er is geen kaartje met een titel bij. Op het schilderij staat een Segway afgebeeld. Opvallend realistisch, noch met opvallend grove streken, nee, eenvoudig zo geschilderd dat het helder is dat we naar een Segway kijken. Op het schilderij bevinden we ons met het apparaat in een bakstenen ruimte, voor mijn gevoel ter grote van een tuinschuur. De bakstenen in zoveel soorten rood als die waarin rode bakstenen voorkomen. De muur doet me denken aan de muur, waar Mondriaan in zijn atelier op uit keek, die hij in stappen na schilderde, om in dat proces tot een volledig abstract schilderij te komen. In de muur op het schilderij boven de bank, geeft een vierkanten uitsparing, de suggestie van een raam, een vierkanten openingen, het houten kozijn achterwege gelaten. Door de uitsparing kijken we uit op een groen vlak. De natuur waar Mondriaan zich door zijn oeuvre steeds verder van verwijderde, die hij uiteindelijk volledig verliet door abstract te gaan werken.
Teun verzoekt ons naar de achtertuin te komen. Ik loop in die richting, door de kamer, langs een aantal schilderijen, en in een kast een blikje met het opschrift 'squirt'.

In de tuin begint Teun een verkondiging over de plek; dat het 'wanstaltige wezens' herbergt, die elkaar opvreten, zo gauw ze de kans krijgen. “En wanneer je een wit scherm onder een boom legt, en de takken heen en weer schud, zie je hoe de beestjes paniekerig krioelen, wegkruipen, of zich dood houden. Allemaal reflexen om maar niet verorbert te worden.” Hij verteld zijn verhaal terwijl hij door de tuin kruipt, graaft, en onder in de struiken een pad vind. Hij laat zien dat het beestje zich een steen waant of een stuk modder, om zich als een onsmakelijk dier voor te doen, en verteld dat het bijzonder is dat we hem hier voor ons hebben wanneer je er bewust van bent dat de larven van deze pad in meertjes zwemmen, waar ook de larven van de libelle vertoeven. “Dat zijn beestjes met, in verhouding tot hun lichaam, gigantische snijtanden, en met een kaak die uitschuifbaar is, waarmee het beest gemakkelijk de kikkervisjes van de pad grijpt, en naar zich toe trekt om op te eten. Dat heeft dit exemplaar maar mooi overleeft”. De tocht door de achtertuin duurt misschien iets meer dan een half uur, Het werd daarin maar niet helder of we nu een rondleiding van een bioloog kregen, of een performance van een kunstenaar zagen. Teun verteld mij na zijn verhaal dat hij ons wilde laten ervaren waarom de natuur zo geweldig lelijk is.
“Toch”, merkt een bekende, van Zweedse afkomst op “is het opvallend, dat men in de Nederlandse cultuur onder de indruk is van wat in haar eigen tuinen groeit. In Zweden zouden we al lang op zoek gaan naar wat groter wild, ‘the real thing’.” Dat is er in Nederland natuurlijk niet.

Terug in de woonkamer worden nog wat biertjes geopend.
Reeds geleegde blikken zijn achtergelaten op wat lijkt op een sokkel. Dat wil zeggen: een langwerpige, rechtopstaande kubus bedekt met hetzelfde laminaat als op de vloer. Het beeld verleid tot de gedachte dat onder het laminaat een witte sokkel huist. De woonkamer dringt zich hier letterlijk op, aan wat met de verwachting van een expositie in het vooruitzicht toch een neutrale, witte ruimte had moeten zijn. Het verwerft een beeld uit de discussie over het onderscheid tussen woonkamer en expositieruimte, tussen prive en openbaar, en eventueel nog die tussen kunst en wat kunst niet is.
Een lege sokkel, een plek voor het verheffen van een ding tot beeld, tot kunstwerk, verliest met het verstrijken van de uren het uitzicht op iets dat zich daar verheven zal tonen, transformeert tot louter functioneel object, ogenschijnlijk niet veel meer dan een tafeltje in een bar, om ons drankje op te zetten, om met onze handen vrij te kunnen gebaren, terwijl we zoeken naar het kunstwerk.